'Koloniseren is een smaak die je moet leren'—Hugo Claus en Het leven en de werken van Leopold II

Tydskrif vir Letterkunde, Autumn, 2009 by Yves T'Sjoen

Het gedicht "Aan de gecensureerden" is een voorbeeld van dat gewijzigde, meer pragmatisch gerichte discours in Claus' poezie. Het valt overigens ook op dat de poetische productie van Claus in de tweede helft van de jaren zestig beduidend lager is dan in de periode daarvoor. Het is een fase waarin de dichter experimenteert met Eliots 'derde stem', de naar buiten gerichte dramatische figuur. Die stem had hij tot dan voorbehouden voor de toneelteksten. Vanaf medio jaren zestig is het dus die stem die we ook, weliswaar zeer tijdelijk, in Claus' poezie kunnen beluisteren.

Claus en de politiek in zestig

Claus heeft zelf in de jaren van contestatie meermaals met censuur te maken gehad. Zoals bekend is de schrijver voor de rechter gedaagd omdat hij in een toneelopvoering van Masscheroen (1967) het had gewaagd drie naakte mannen te presenteren. Maar dichters moeten provoceren en hardop spreken, zo stelt Claus in "Aan de gecensureerden". En zij spreken de taal van de dichter: gezag en macht worden in taal het meest efficient en vakkundig ondermijnd, "in raadsels vol klankgenot". Gedichten kunnen vormen zijn van "eenzaam redeneren / Met af en toe een tiet en een dij daarbij". Met een publiek voor ogen dus, met een oog dat ook wat lust. Toen Claus dit gedicht voordroeg, zoals gezegd op 15 maart 1968, broeide in de Westerse samenleving een sfeer van rebellie en ontvoogdingsdrang. Er zou en moest iets anders komen en, al was het maar om de paternalistische en reactionaire katholieke moraal en de kleinburgerlijke kneuterigheid van die tijd te tarten, het liefst nog met "een tiet en een dij daarbij" (zoals Claus dichtte).

Claus' engagement vond in die tijd wellicht zijn meest directe uitdrukkingswijze in literaire teksten. Ik wees er al op dat Tand om tand en Het leven en de werken van Leopold II de meest expliciete, politiek geinspireerde theaterteksten zijn. Daarom is het mijns inziens ook revelerend het maatschappelijke en politieke klimaat van die periode, van de "gouden jaren" zestig en de "doffe jaren" zeventig in Vlaanderen in een kort bestek te schetsen.

Er was in de jaren zestig uiteraard meer dan de seksuele belevingsroes, de zogenaamde collectief beleefde puberteit die ook de "seksuele revolutie" is genoemd. In De eeuw van Belgie heeft Marc Reynebeau het over seks als meer dan seks, dat wil zeggen "een geprefereerd symbolisch terrein om de vrijheidsdrang tot uiting te brengen" (Reynebeau 1999: 176). De macht van instituten zoals het bekende triumviraat Godsdienst & Vorst & Staat (Van Ostaijen in Bezette Stad), de repressie en het autoritaire optreden van politie en bisschoppen werden op de korrel genomen. Leopold II is in Claus' literair universum vanzelfsprekend meer dan een personage, een dramatische persona. Hij is vooral een metafoor die zich in datzelfde semantische veld van macht situeert, en die dus postuum van zijn piedestal moet worden gestoten. Of in ieder geval bemorst, zoals de Frans-Belgische kunstenaar Theophile de Giraud begin september 2008 als politiek statement het ruiterstandbeeld van Leopold II op het Troonplein in Brussel met rode verf bekladde (Anoniem 2008). De bronzen metafoor diende ook voor Claus te worden uitgehold en finaal vernietigd. De "kleinburgerlijke zedenmeesterij" en de "preutsheid", het conservatieve gedachtegoed in Vlaanderen en ook de uitwassen van het Vlaams nationalisme (Tand om tand) zijn in tal van eigentijdse kunstwerken en pamfletten over de hekel gehaald. De swingende sixties waren achteraf beschouwd, en wellicht in die tijd zelf, vooral verwarrende tijden. Het is bijvoorbeeld de periode dat Jef Geeraerts' eerste Gangreen-deel, de Congoroman Black Venus (1968), door Minister van Cultuur Van Mechelen is bekroond met de Belgische Staatsprijs voor Proza, maar op gezag van de Minister van Justitie Vranckx uit de handel werd genomen. De tijd dat Louis Paul Boon deining in de vaderlandse republiek der letteren veroorzaakte door na Pieter Daens (1971), de historische roman die zo hoog werd geprezen door gezaghebbende katholieke critici, het antipaapse en pornografische experiment Mieke Maaike's obscene jeugd (1972) te lanceren. En Gerard Reve kreeg een proces aan de broek wegens godslastering, het zogenaamde Ezelsproces, omdat in Nader tot U wordt beschreven hoe de verteller met een als ezel gereincarneerde God copuleert. Schrijvers wilden zich in geschrifte bevrijden van een als verstikkend ervaren katholieke of, in Nederland, een calvinistische opvoeding en streng dogmatische opvattingen waarmee ze in hun jeugd, in hun adolescentiejaren en ook nog in de jaren zestig zijn geconfronteerd. In de tweede helft van de jaren zestig spoelde een golf van protest over de Lage Landen, gericht tegen kleinburgerlijkheid en tegen het verstikkende arsenaal aan gebods- of verbodsbepalingen, gericht op emancipatie en vrijheid. Het is de individuele vrijheidsdrang waarop ik in het eerste deel van mijn bijdrage ook in Claus' publieke optreden heb gewezen. Binnen die context kunnen we Het leven en de werken van Leopold II beschouwen.


 

BNET TalkbackShare your ideas and expertise on this topic

Please add your comment:

  1. You are currently: a Guest |
  2.  

Basic HTML tags that work in comments are: bold (<b></b>), italic (<i></i>), underline (<u></u>), and hyperlink (<a href></a)

advertisement
advertisement
  • Click Here
  • Click Here
  • Click Here
advertisement

Content provided in partnership with Thompson Gale