'Koloniseren is een smaak die je moet leren'—Hugo Claus en Het leven en de werken van Leopold II

Tydskrif vir Letterkunde, Autumn, 2009 by Yves T'Sjoen

Leopold koesterde vooral persoonlijke ambities. De motor van het kolonialisme in andere landen was de expansiedrang van de industrie, en de zoektocht naar afzetmarkten en grondstoffen. In Claus' theatertekst heeft Leopold II het over "de grootste, de rijkste koek ter wereld. Wouden vol rubber en tabak en noten en rijst, katoen, noem maar op. De aarde barst daar van koper, ijzer, graniet, GOUD!" (Claus 1970: 79). Pas later vond Leopold dat het onmetelijk grote Congo winsten moest opbrengen, en dat zijn persoonlijk exotisch avontuur niet alleen geld kon verslinden. Dus werd de Afrikaanse bodem ontgonnen. Eerst werden Congolezen ingezet in de plantage-economie, later werden vooral grote winsten geboekt met de rubberplantages. Niet het ivoor, bestemd voor luxegoederen, maar rubber, geschikt voor leidingen, banden, isolatiemateriaal, kende industriele toepassingen. En in Congo was veel wild rubber te vinden. De opbrengsten waren gigantisch, zeker in vergelijking met de geringe investeringen en de relatief makkelijke ontginningsmethoden die voor handen waren. Maar het werk was onmenselijk hard in het oerwoud, en de plaatselijke bevolking werd uitgebuit, geterroriseerd en met meedogenloze hand in het gareel gedwongen. Dat was het Congo onder het gezag van Leopold II, zoals historici het vandaag beschrijven: niet een gebied waar met bekeringsijver aan christelijke naastenliefde werd gedaan en Congolezen een beschavingspeil werd bijgebracht, maar een continent waar dwangarbeid, repressie, intimidatie en geweld schering en inslag waren. Het menselijk leed dat er werd aangericht is ontzagwekkend, zoals Daniel Vangroeweghe het beschrijft. Deze aberraties hebben ertoe geleid dat A. Conan Doyle de route de passage van Leopold in Congo heeft gekarakteriseerd als de "grootste misdaad [...] in de wereldgeschiedenis".

De mythevorming rond Leopold, de idealistische mystificatie die vooral in Belgie lang heeft standgehouden en die door een (elitair) deel van de publieke opinie is gehandhaafd, is uiteraard uit onwetendheid kunnen groeien. Maar ook uit gone en pragmatisme, beweert Reynebeau in De eeuw van Belgie. De politiek wilde de koning niet in het gedrang brengen en liet betijen. Niet alleen de Belgische regering, ook wetenschappers werden ingehuurd om de schandelijke praktijken te verdoezelen. Officiele geleerden pakten uit met boeken waarin Leopold als de grote "ontvoogder" werd afgeschilderd. Reynebeau wijst erop dat tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw, na Claus' toneelstuk, in schoolboeken nog steeds dat beeld van Leopold II is naar voren geschoven. Zo werd bijvoorbeeld de grootheidswaan van Leopold vergoelijkt door Pierre Staner, secretaire perpetuel van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen. Dat hagiografische beeld treffen we tot 1976 aan in schoolboeken voor het onderwijs in Belgie:

   [Leopold] die zich bewust was van de hoge verantwoordelijkheden die
   hij tegenover Belgie te dragen had en vastbesloten was om de
   Afrikaanse volkeren te bevrijden van hun verpletterende materiele en
   morele levensomstandigheden, wilde de beschaving brengen in het hart
   zelf van het zwarte continent om een eind te stellen aan de
   schandelijke slavenhandel en aan de slavernij die eruit
   voortvloeide, om te strijden tegen de dodelijke epidemieen en om een
   eind te maken aan de onwetendheid en de volkeren te voeren naar het
   goede waarop ze recht hadden. (Reynebeau 1999: 17)
 

BNET TalkbackShare your ideas and expertise on this topic

Please add your comment:

  1. You are currently: a Guest |
  2.  

Basic HTML tags that work in comments are: bold (<b></b>), italic (<i></i>), underline (<u></u>), and hyperlink (<a href></a)

advertisement
advertisement
  • Click Here
  • Click Here
  • Click Here
advertisement

Content provided in partnership with Thompson Gale